Behang knippen
Vóór u de rollen open maakt controleert
u eerst of de productienummers van alle rollen hetzelfde zijn. Als de productienummers
hetzelfde zijn, haal dan het plastic van de eerste rollen.
Bekijk aan de hand van de symbolen op het label of het behang in één richting of om en om geplakt moet worden. (zie uitleg symbolen). Bekijk ook hoelang de lijm op dit behang moet inweken.
|
Bewaar het label tot u helemaal klaar bent met behangen. Komt u onverwacht te kort (reken-, meet- en knipfouten zijn immers menselijk) dan heeft u het productienummer nog bij de hand. |
U heeft gemeten hoe hoog de kamer is (zeker weten?). De lengte van elke baan is dan de kamerhoogte plus 10 cm. U heeft die 10 cm speling nodig omdat in veel huizen het plafond bijvoorbeeld wat scheef loopt. Knip de eerste baan en zet hierop een nummer 1.
|
Schrijf altijd met potlood, want de inkt van een balpen of viltstift kan gaan vlekken door de lijm en trekt dan door het behang heen. |
||
|
Leg dan de volgende baan naast de eerste. Kijk
of het patroon aansluit. |
![]() |
|
Meestal heeft u een halve baan nodig als opvulling tot aan een hoek. Meet dan zowel aan de boven- als aan de onderkant van de muur hoe breed de baan moet zijn. Muren staan zelden loodrecht. Tel bij de breedste maat 1,5 á 2 cm op voor de overlapping op de andere wand.
|
Bij het afmeten en -knippen van halve banen worden vaak fouten gemaakt. Let dus goed op: de originele zijkant komt tegen de vorige baan en de knipkant in de hoek. |
|
| Bij grote of diagonale patronen is het vaak handig om meerdere rollen tegelijk open te leggen. Voor het afknippen van elke baan kiest u dan de rol waarvan het patroon het beste aansluit op de vorige baan. Zo heeft u het minste knipverlies. |
![]() |
Meer weten? |
||||