Beginnen met het plakken van het behang

Mooie strakke rechte banen krijgt u als u niet te gehaast werkt. Werk rustig, in uw eigen tempo. Alle extra aandacht die u nu besteedt aan het opbrengen van het behang, wordt straks dubbel en dwars beloond met een perfect resultaat.

Het manouvreren met grote natte lappen behangpapier is niet altijd even makkelijk. Als er even iets fout gaat: kalm blijven, las eventueel een pauze in en probeer het weer opnieuw.

U begint met baan nummer 1. Deze baan komt tussen de loodlijn die u getekend heeft en de hoek van de kamer (zie vorige pagina ‘Werkvolgorde bij het behangen‘).

Bij het insmeren en inweken heeft u de uiteinden van de behangbaan naar binnen gevouwen. Vouw nu de bovenkant van baan 1 open. Laat de onderkant nog gewoon dicht. U kunt daardoor de baan véél gemakkelijker op de juiste plaats aanbrengen.

Let nogmaals op of de zijkanten niet droog zijn. Breng in dat geval nog wat lijm aan.

Leg de baan vervolgens bovenaan tegen de loodlijn. Houd bij het plafond een overlap van circa 5 centimeter behang over. Die knipt u straks af.

Als de bovenste helft op de juiste plaats zit, vouwt u de onderste helft open (voorzichtig, want nat papier kan makkelijk vouwen of scheuren). Leg de zijkant van de gehele baan voorzichtig van boven tot onder tegen de loodlijn aan.

Aandrukken van het behang

Als de baan helemaal recht zit, drukt u deze secuur aan. Dat kan het beste met een borstel gebeuren.

Zeker bij papieren behang kunt u bij het aandrukken beter niet met een doek vegen. Het kan zijn dat u het behang dan te veel uitwrijft en oprekt. Dat geldt zeker als u in horizontale richting wrijft. Als het behang ongelijkmatig oprekt, wordt het heel moeilijk of onmogelijk om de volgende baan mooi aan te sluiten (al helemaal bij het gebruik van een patroon).

Als het behang teveel wordt opgerekt, loopt u bovendien een grotere kans dat de naden open trekken, als het behang tijdens het drogen krimpt.

Beter is het om met een droge en schone borstel van boven naar beneden over het behang te vegen en op die manier aan te drukken.

Let er wel op dat u luchtblazen zoveel mogelijk wegveegt (met name bij vinylbehang). Prik ze eventueel in. Kleine luchtblazen die u niet weg kunt vegen, trekken bij het drogen na enkele uren vanzelf weg.

Behang droogt niet zo snel, maar weersta de verleiding om een ventilator aan, de kachel heet, of alle ramen open te zetten. Als het behang ongelijk droogt kunt u problemen krijgen, zoals opkrullende randen en opentrekkende naden.

Overtollig behang afknippen

Nadat u een baan heeft opgeplakt houdt u een randje over bij het plafond en bij de plint. Dit werkt u het gemakkelijkst en het mooist als volgt af.

Wrijf voorzichtig met de stompe kant van een schaar over het behang langs het plafond of de plint (en bij de hoekbaan langs de volledige hoek). U ziet dan een vouwlijn ontstaan.

Trek vervolgens het behang een stukje los, dan kunt u het teveel aan behang precies op deze lijn wegknippen. Knip mooi recht.

Borstel of veeg het behang daarna definitief vast.

Steviger behang, zoals vinyl, kunt u ook afsnijden. Druk dan met een spatel of een behanglineaal het behang op zijn plaats en snijd het overtollige behang met een scherp stanleymes af.

Na het secuur aandrukken afknippen van het overtollige behang van baan 1, plakt u baan nummer 2 heel netjes naast de eerste baan. Let daarbij op het patroon.