Behanglijm aanmaken

Kies de juiste lijm voor de behangsoort die u wilt plakken. Voor de zwaardere behangsoorten, zoals vinylbehang wordt een steviger lijm gebruikt. De ervaren medewerkers van de Zoetermeerse Behanghal adviseren u graag welke lijmsoort het beste past bij de door u uitgekozen behangsoort.

De behanglijm aanmaken

Kijk op de verpakking van de lijm in welke verhouding u deze met water moet aanmaken. Doe de juiste hoeveelheid water in een emmer, en strooi, al roerende met een garde of een grote lepel de juiste hoeveelheid behanglijm rustig in het water. Als u dit op uw gemak doet, voorkomt u klonteren van de lijm.

Mocht het wel gaan klonteren, rustig blijven doorroeren. Daarna eventueel de lijm even laten rusten en vervolgens nog een keer doorroeren. Na verloop van tijd verdwijnen de klonten vanzelf.

Als de lijm toch wat te dik is om te smeren kunt u er nog een klein beetje water bij doen. Als u teveel water gebruikt, wordt de lijm te dun. Ze plakt dan niet goed meer, waardoor het behang tijdens het drogen van de muur loslaat.

Behanglijm kunt u het beste een paar uur of een dag vóór het eigenlijke behangen aanmaken. Eventuele klontjes in de lijm hebben dan alle gelegenheid om op te lossen.

Behanglijm insmeren

Behangbanen zijn het gemakkelijkst te verplaatsen en “op te hangen” als u de uiteinden na het insmeren naar binnen dicht vouwt. Daardoor kan de lijm tijdens het inweken ook niet uitdrogen.

U begint met het insmeren van de bovenste helft van de baan. Niet te zuinig, niet te dik. Gewoon op uw gemak smeren. Vergeet geen enkele plek. Let op dat u ook de gehele zijkanten goed insmeert.

Vouw dan de ingesmeerde helft dicht (met het uiteinde tot aan de nog niet ingesmeerde helft). De zijkanten moeten precies op elkaar vallen. (Let daar vooral bij vinylbehang goed op. De zijkanten van dit behang krullen gemakkelijk. Daardoor droogt de lijm uit en hecht het behang aan de zijkanten niet).

U mag wel iets aandrukken, maar zorg dat er geen vouw in het behang komt. Die krijgt u er namelijk niet of nauwelijks meer uit.

Dan smeert u de andere helft in. Ook nu weer goed op de zijkanten letten. Leg dan ook deze helft dicht. De baan losjes oprollen en opzij leggen om in te weken (zie hieronder).

Als u een draadje spant over de emmer kunt u daar tijdens het behangen uw lijmkwast op leggen. De kwast glijdt dan niet in de emmer.
Zorg dat de tafel (en daardoor de voorkant van uw behang) zo schoon mogelijk blijft. Behanglijm kunt u met een vochtige doek zo wegvegen.

Behanglijm inweken

De baan moet nu zo’n 5 tot 15 minuten inweken. U heeft op de verpakking kunnen zien hoe lang het behang moet inweken (zie eventueel uitleg symbolen ).

Het is verstandig u aan deze aanbevolen inweektijd te houden. Laat u het behang te kort weken dan zet het papier van het behang onregelmatig uit. Daardoor kunnen blazen ontstaan.

Laat u het behang te lang weken, dan kan het zijn dat het behang te veel uitzet en te veel oprekt bij het plakken. Als het behang dan opdroogt en weer krimpt trekken de naden open.

Als u behang met een patroon heeft, is het bovendien belangrijk dat u alle banen even lang laat inweken. Anders kan het gebeuren dat de patronen van de beiden banen niet meer tegen elkaar aan passen.

Het enige wat u dan kunt doen is óf een nieuwe baan knippen. Of u plakt het patroon op ooghoogte passend tegen elkaar. Eventuele verschillen die na het drogen nog zichtbaar zijn, vallen dan het minste op.

Volgende pagina: Eerste behangbaan plakken